Emiel van Doorn - De cognitieve en executieve functies als Koninklijke weg van ontwikkeling en leren

Ieder kind uniek?
Ieder mens ontwikkelt zich op een unieke manier, niemand is hetzelfde. Dus in alles wat wij doen richting de ander, of we nu de cognitieve of executieve functies willen ontwikkelen, we leveren een bijdrage aan deze ontwikkeling. In onze cultuur is het meten zo belangrijk geworden dat we soms de externe factoren en de zelfbepaling vergeten. Zowel de opvoeders, leraren als het kind heeft het ‘recht’ zich op zijn eigen wijze te ontwikkelen, wij hebben de ‘plicht’ om het aan te bieden, maar laten we voorzichtig zijn met het meten van de resultaten!

De cognitieve ontwikkeling
Cognitieve ontwikkeling is een term voor al die aspecten van de psychische ontwikkeling, die samenhangen met het intellectuele functioneren, zoals leren, denken, redeneren, probleem-oplossen, enz. Er is consensus over het feit dat het aanbieden van de cognitieve functies en in het verlengde daarvan de executieve functies, het belangrijk is dat het kind op metacognitief niveau eigenaar wordt over zijn beheersen of niet beheersen van deze functies. De executieve functies zijn de functies in de hersenen die cognitieve, sociale, emotionele, communicatieve processen aanstuurt. Als een kind moeite heeft met bijvoorbeeld de tafels, spelling, het samenspelen, het maken van planningen en de sociale omgang, worden er vaak vele inhoudelijke interventies gepleegd.

Maar als dat ook niet werkt, wat dan? In deze sessie staan we stil bij de vraag welke functies iemand nodig heeft om keuzes te maken, te puzzelen, zelfstandig te werken, flexibel te zijn, te plannen etc.

 

Als je niet voor iemands kwaliteiten gaat, moet je van zijn beperkingen afblijven.

Emiel van Doorn (1960) is medeoprichter en bestuurslid van de in 2018 30-jarige Stichting StiBCO en de drijvende kracht achter de totstandkoming van het concept Mediërend Leren. Eén van zijn mooiste kwaliteiten is dat hij in staat is zijn verworven kennis, vaardigheden en ervaringen om te zetten in metareflectieve inzichten en deze inzichten vervolgens te vertalen naar concrete situaties in de praktijk. Op basis van zijn eigen ervaringen weet hij als geen ander welke worsteling iemand doormaakt die graag wil ontwikkelen, maar steeds opnieuw ervaart dat zijn omgeving voornamelijk oog heeft voor zijn belemmeringen en de ondersteuning daarop inricht. Maar hij heeft ook mogen ervaren wat voor verschil het maakt als je iemand ontmoet die weliswaar je belemmeringen erkent, maar je aanspreekt en verantwoordelijk maakt voor je kwaliteiten! Emiel heeft een onvoorwaardelijk geloof in de krachten, kwaliteiten en ontwikkelingsmogelijkheden van elk mens. Eén van zijn uitspraken is: ‘Als een begeleider niet voor de kwaliteiten van zijn kind, cliënt, leerling gaat, dan moet hij van zijn beperkingen afblijven!’ Als belangrijk hulpmiddel voor het onderwijs en begeleiding heeft hij de omgekeerde piramide van de cognitieve functies ontwikkeld. Hij neemt deze opvatting mee in zijn werk als trainer en coach op diverse werkvelden, waaronder onderwijs, zorg & welzijn en de (sociale) werkvoorziening. Ook begeleidt hij regelmatig voor kortere of langere tijd cliënten.